Steeds vaker kun je horen over oestrogeendominantie. Oestrogeendominantie is een term die je huisarts of een gynaecoloog niet zal bezigen, maar die je wel ziet in boeken, op pagina’s van bloggers en kunt lezen op Facebookpagina’s.

Er is veel verwarring over wat oestrogeendominantie nu precies betekent. De Amerikaanse Dr. Lee beschreef in zijn boek ‘What your Docter may not tell you about Menopause’ in 1996 oestrogeendominantie als een tekort aan progesteron. Het probleem kon in zijn ogen worden opgelost door het smeren van progesteroncrème van je 30ste tot op hoge leeftijd, door àlle vrouwen.

Allerlei hormonale problemen die vrouwen in de loop van hun leven kunnen tegenkomen worden geweten aan oestrogeendominantie: denk aan hevige menstruaties, langdurige en pijnlijke menstruaties, myomen, cystes aan de eierstokken, premenstrueel syndroom, gewichtstoename, menstruele migraine, pijnlijke borsten, mastopathie, endometriose, lipoedeem.

In de reguliere geneeskunde wordt een groot deel van deze problemen behandeld door het voorschrijven van ‘de pil’ of door het plaatsen van een Mirena-spiraal. Ook worden wel anti-hormonen voorgeschreven, hormonen die de hypofysewerking remmen (GnRH) en antihormonen als Ulipristal (Esmya), een antiprogestageen. Soms worden zelfs antidepressiva voorgeschreven.

Wat is oestrogeendominantie dan wel?

Het betekent niet simpelweg dat er teveel oestrogeen in je lichaam aanwezig is. Het gaat om verhoudingen tussen oestrogeen en andere hormonen.

  1. De verhouding tussen oestrogeen en progesteron.
  2. De verhouding tussen oestrogeen en serotonine.
  3. De verhouding tussen oestrogeen en zijn metabolieten.
  4. Teveel blootstelling aan hormoonverstorende stoffen.

Om het duidelijker te kunnen maken volgt er eerst uitleg over de deze verschillende hormonen

Oestrogeen

Dit is hét vrouwelijke hormoon, het wordt gemaakt in de eierstokken bij de rijping van een eicel. De aanmaak in de eierstokken begint ongeveer 2 jaar voor de eerste menstruatie en stopt na de laatste menstruatie, de menopauze. In de zwangerschap maakt de moederkoek héél veel oestrogeen. Ook in vetweefsel (borsten) en in de huid wordt oestrogeen gemaakt. Hoe meer vetweefsel een vrouw heeft, hoe meer oestrogeen er wordt gemaakt na de menopauze.

Werking:

Oestrogeen zorgt voor celdeling in de vrouwelijke organen: baarmoeder, baarmoederslijmvlies, borsten. Het zorgt voor vernieuwing en verjonging. Het werkt ook op de huid, het bindweefsel, de vetverdeling, op bloedvaten, de doorbloeding van de hersenen neemt flink toe onder invloed van oestrogeen.

Progesteron

Dit hormoon wordt gemaakt na een eisprong. Een hoge hoeveelheid progesteron wordt gemaakt in de moederkoek tijdens de zwangerschap. Dit hormoon brengt cellen die gegroeid zijn onder invloed van oestrogeen tot rijping. Rijping van het baarmoederslijmvlies is bijvoorbeeld zeer belangrijk zodat een embryo een week na de bevruchting kan innestelen. Als er geen bevruchting optreedt zorgt progesteron ervoor dat de hoeveelheid bloedverlies tijdens de menstruatie binnen de perken blijft. Ook cellen in de borsten rijpen onder invloed van progesteron. Progesteron vormt dus een belangrijk tegenwicht tegen te onstuimige groei onder invloed van oestrogeen. Progesteron zorgt voor een goede vochtbalans – het werkt vocht afdrijvend – en het heeft een kalmerend effect.

Serotonine

Deze stof is een neurotransmitter, een stof die signalen doorgeeft van de ene zenuwcel aan de andere, dus ook van de ene hersencel naar de andere. Mensen maken serotonine ternauwernood zelf, minstens 80% van deze stof wordt in onze darm gemaakt door de daar aanwezige bacteriën, onze microbiota. Serotonine zorgt voor een goede stemming, een goede werking van geheugen, het maakt je toleranter voor pijn, het bevordert de eetlust. Serotonine wordt omgezet in melatonine en dat is het slaaphormoon.

Oestrogeenmetabolieten

Oestrogeen wordt niet alleen gemaakt, na voldane werking moet het ook worden afgebroken. Dit afbreken vindt grotendeels plaats in de lever, maar ook zijn een goede werking van nieren en darmen van belang.

Oestrogeen is net als progesteron een vetachtige stof. Deze kan niet worden uitgescheiden. Oestrogeen wordt daarom in fases afgebroken.

In de eerste fase wordt het wateroplosbaar gemaakt. Daarbij worden 3 verschillende metabolieten gevormd: 2OH, 4OH en 16OH oestron. 2OH wordt beschouwd als een gunstige vorm. Deze zorgt meer voor celrijping in plaats van celdeling. 4OH en 16OH zorgen voor sterke celdeling. Teveel 4OH wordt daarbij in verband gebracht met problemen in de borsten en 16OH met myomen en sterke menstruaties. Oestrogeendominantie is dus een gevolg van relatief teveel 4OH-16OH oestron ten opzichte van 2OH. Hoewel sterk werkzaam, kunnen 2OH en 4OH makkelijk worden uitgeplast en 16 OH wordt grotendeels via de darm uitgescheiden.

Nadat er 2OH en 4OH oestron zijn gemaakt, komt er nóg een stap waarbij oestrogeen onwerkzaam wordt. Deze stap heet methylatie. Daarbij wordt het stofje methyl (CH3) aan het hormoon geplakt. Dan ontstaan er onwerkzame stoffen: 2methoxy en 4methoxy oestron. Als de methylatie niet goed verloopt blijven er te veel oestrogenen actief in het lichaam, ook een oorzaak voor oestrogeendominantie.

Hormoonverstorende stoffen

We worden de hele dag door blootgesteld aan hormoonverstorende stoffen. Deze stoffen koppelen aan oestrogeenreceptoren en hebben een uitwerking alsof er teveel oestrogeen in het lichaam aanwezig is. Bekende hormoonverstoorders zijn:

  • Weekmakers in plastic (denk aan plastic flesjes, kartonnen drinkpakken met plastic beschermlaagje aan de binnenkant, binnenbekleding van blikken en het gladde laagje op thermopapier zoals het wel gebruikt wordt voor kassabonnen).
  • Pesticiden en z.g. gewasbeschermers. Residuen zijn te vinden op groenten en fruit, noten, granen, zaden, peulvruchten. Maar ook in het vlees van dieren die deze voedingsmiddelen hebben gegeten.
  • Conserveringsmiddelen in make-up en verzorgingsartikelen. Denk aan dagcrème, nachtcrème, bodylotion, conditioner, lippenstift, nagellak enz.

Onderzoek

Hoe weet je nu of wanneer je last hebt van één van bovengenoemde problemen er sprake is van een onbalans? En zo ja van welke onbalans?

Belangrijke feiten: ben je ouder dan 35 dan is de kans op een relatief tekort aan progesteron waarschijnlijk. Ook als je veranderingen hebt in de cyclus: een kortere cyclus, meerdere dagen bruin bloedverlies in de aanloop naar de menstruatie toe, hevige menstruaties, pijnlijke menstruaties kan dit het geval zijn.

Artsen van de Vrouwenpoli doen ook aanvullend onderzoek. Zo kan in bij bloedonderzoek gemeten worden of er voldoende methyldonoren in het lichaam aanwezig zijn: foliumzuur, vitamine B12, vitamine B6. Progesteron kan gemeten aan het begin van de 4e cyclusweek. Veel informatie halen we uit een urineonderzoek: de oestrogeenmetabolietentest. De metabolieten van oestrogeen kunnen worden gemeten en hun onderlinge verhouding kan worden vastgesteld. Dit geeft goed weer of er sprake is van oestrogeendominantie.

Als er sprake is van een probleem in methylatie kan het zinvol zijn om te kijken naar de genen die betrokken zijn bij methylatie. Veel mensen hebben te maken met wat veranderde genen, waardoor de enzymen die worden gemaakt door dit gen af te lezen niet goed werken. De enzymen die vooral betrokken zijn bij methylatie zijn MTHFR en COMT.

Serotonine tekort is moeilijk te meten. Met name kan geen serotonine in de hersenen worden gemeten. Wel kan de hand van vragen over de darmwerking en aan de hand van de uitkomst van een vragenlijst het vermoeden op een serotoninetekort worden vastgesteld.

Aanpak

Alle uitkomsten van de vragen die gesteld worden en van aanvullend onderzoek geven aan welke mogelijkheden er zijn om oestrogeendominantie te verminderen. Dat zijn bijna altijd aanpassingen in voeding, leefstijl, omgang met stress en het verminderen van de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen. Maar het kan ook betekenen dat geadviseerd wordt om (tijdelijk) supplementen te gaan gebruiken. Het kan ook betekenen dat (bio-identiek) progesteron in de vorm van capsules of als crème gedurende een bepaald aantal dagen per cyclus wordt voorgeschreven.

Reageren